Menu 088 2202200

Highlights regeerakkoord 2017  “Vertrouwen in de toekomst”

linkedin share
Geplaatst 10-10-2017 19:33

Het regende gelekte plannen de afgelopen dagen. De plannen van het nieuwe kabinet zijn nu door middel van het regeerakkoord dan echt gepresenteerd en deze zijn ambitieus te noemen.

 

De plannen betreffen onder ander:

Minder collegegeld voor studenten, meer geld voor bijvoorbeeld onderwijs, zorg, ontwikkelingssamenwerking en defensie, een stabielere arbeidsmarkt, een verbetering van het openbaar vervoer, zes weken vaderschapsverlof een klimaatwet en een aangepast belastingstelsel. Het laatste is gepresenteerd als een gunstiger belastingstelsel. Of de belastingdruk inderdaad lager wordt voor een ieder zal de aankomende tijd duidelijk worden. Komt er financieel gezien werkelijk na regen zonneschijn?

De regelingen die zijn samengevat in het regeerakkoord kunnen pas doorgang vinden, wanneer de Tweede Kamer en vervolgens de Eerste Kamer ermee hebben ingestemd. Wanneer er nieuws is dan informeert JAN© je uiteraard.


 

Highlights regeerakkoord

Hier volgen de highlights uit het nieuwe regeerakkoord. Deze gaat in op de belastingmaatregelen die zijn voorgesteld. Maar ook gaat het arbeidsrecht weer gedeeltelijk op de schop. Het nieuwe kabinet wil meer balans op de arbeidsmarkt brengen door de knelpunten voor werkgevers en werknemers weg te nemen. Lees hier meer over dat onderwerp.

 

Verlaging tarieven inkomstenbelasting box 1

De belastingtarieven in de inkomstenbelasting worden verlaagd. Een echte ‘vlaktaks’ wordt het nog niet, maar vanaf 2019 blijven nog slechts 2 belastingtarieven over. Tot een inkomen van € 68.600 zal het tarief 36,93% bedragen (in 2018 nog oplopend van 36,55% tot 40,85%), daarboven 49,5% (nu 52%). Veel mensen zullen er hierdoor netto op vooruit gaan.

 

Woningeigenaren zonder hypotheekschuld gaan erop achteruit

Het nieuwe kabinet is van plan een belasting in te voeren voor huizenbezitters die hun eigenwoningschuld hebben afgelost. Hierdoor zijn woningeigenaren met een volledig afgeloste hypotheekschuld in de toekomst duurder uit dan nu.

Hillen-regeling

Op dit moment kennen we een regeling die ervoor zorgt dat huizenbezitters die hun eigenwoningschuld grotendeels of helemaal hebben afgelost géén eigenwoningforfait betalen. Deze regeling (de zogenoemde Hillen-regeling) zou in eerste instantie de aankomende 20 jaar naar verwachting in kleine stapjes afgebouwd. Op het laatste moment is echter besloten om de afbouw niet in 20 jaar maar in 30 jaar te doen.

Eigenwoningforfait

Ter compensatie zal het percentage van het eigenwoningforfait dalen van 0,75 procent naar 0,6 procent van de WOZ-waarde. Het eigenwoningforfait zorgt ervoor dat de hypotheekrenteaftrek die huizenbezitters ontvangen lager wordt.

 

Versnelde afbouw hypotheekrenteaftrek

De hypotheekrenteaftrek gaat versneld worden afgebouwd. Volgens de huidige regels mag de hypotheekrente in 2018 maximaal tegen 49,5% in aftrek worden gebracht en wordt de aftrek jaarlijks met 0,5% verminderd. In de nieuwe plannen zal dit versneld worden afgebouwd vanaf 2020. De hypotheekrenteaftrek wordt in 4 jaar tijd met 3% per jaar verlaagd zodat na 4 jaar het maximale tarief voor hypotheekrenteaftrek op (circa) 37% in 2023 uitkomt.

 

Alle aftrekposten aftrekbaar tegen hetzelfde tarief

Vanaf 2020 zijn alle fiscale aftrekposten nog aftrekbaar tegen hetzelfde tarief (46%). In 2021 wordt dat vaste tarief 43% om vervolgens verder te dalen in 2022 naar 40% en in 2023 naar 37%.

 

Box 2 heffing aangepast

Om te voorkomen dat door de genomen maatregelen er veel B.V.’s worden opgericht en evenwicht te houden in de belastingdruk zal het kabinet het box 2 tarief verhogen. Het tarief is nu 25%, dit wordt in 2020 27,3% en in 2021 28,5%

 

Box 3 heffing

Het kabinet is van plan om de box 3 heffing op spaartegoeden te verlagen. In deze kabinetsperiode zal de box 3 heffing meer worden aangesloten bij het werkelijk rendement. Het heffingsvrijevermogen in box 3 wordt verhoogd van € 25.000 naar € 30.000 in 2019. Voor fiscale partners is de gezamenlijke vrijstelling straks € 60.000.

 

1 miljard euro extra voor kindregelingen

Als je kinderen hebt ga je er waarschijnlijk financieel op vooruit. De regelingen die we kennen worden gunstiger. Zo worden de kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget verhoogd. Dit ter compensatie van bijvoorbeeld de BTW verhoging. Heb je geen kinderen dan profiteer je niet van deze compensatie.

 

Verder wordt er gewerkt aan een systeem waarbij de kinderopvangtoeslag rechtstreeks naar de kinderopvanginstelling wordt overgemaakt in plaats van via de ouders. De compensatie voor de kinderopvang wordt dan in mindering gebracht op het bedrag dat de ouders nog moeten voldoen aan de opvanginstelling.

 

Huurtoeslag

Als je huurtoeslag ontvangt krijgt je mogelijk te maken met een beperking van de huidige regeling. De ‘Kan-bepaling’ komt namelijk te vervallen. Door de Kan-bepaling worden huurstijgingen voor lage inkomens nu gecompenseerd. Door deze maatregel verwacht het kabinet vanaf 2021 een besparing van €138 miljoen per jaar.

 

Monumentenaftrek

Het kabinet trekt 325 miljoen uit voor onder andere instandhouding van monumenten. In het regeerakkoord staat de toevoeging dat particuliere monumentenbezitters financieel gesteund blijven worden. Momenteel is het zo dat 80% van de onderhoudskosten voor het monumentenpand in aftrek gebracht kunnen worden. Er moet sprake zijn van onderhoud, dat wil zeggen om het pand in bruikbare staat te houden dan wel te herstellen (kosten van verbetering komen niet in aanmerking voor aftrek). Aan deze regeling zou per 1 januari 2017 een einde komen maar dat is eerder al uitgesteld tot 2019. In de eerdere kabinetsplannen (2016) was het idee om de aftrekmogelijkheid van onderhoudskosten te vervangen door een subsidieregeling. In het regeerakkoord is nog geen verdere invulling gegeven aan een nieuwe regeling maar uit het regeerakkoord blijkt in ieder geval dat particuliere momentenbezitters op financiële ondersteuning kunnen blijven rekenen.

 

Pensioen in het regeerakkoord

Rutte IV vindt dat het huidige pensioenstelsel aan vernieuwing toe is. Daarbij is het belangrijk om te weten dat ze het dan over pensioen bij (verplichtgestelde) bedrijfstakpensioenfondsen hebben. Pensioen dat werkgevers op vrijwillige basis bij verzekeraars, PPI’s en APF-en onderbrengen valt niet onder deze herziening.

Doorsneepremie

De grootste beoogde verandering is het afschaffen van de doorsneepremie. Bij een doorsneepremie is de hoogte van de te betalen premie niet afhankelijk van iemands leeftijd. Een doorsneepremie heeft tot gevolg dat oudere werknemers minder betalen dat actuarieel noodzakelijk is en jongere werknemers meer. Feitelijk subsidiëren jongere werknemers het pensioen van oudere werknemers. Het afschaffen van de doorsneepremie kan twee gevolgen hebben:

  • Bij gelijke premie bouwen oudere werknemers minder pensioen op (degressieve opbouw).
  • Bij gelijke pensioenopbouw zal de premie voor oudere werknemers hoger zijn dan voor jongere werknemers (zoals gebruikelijk is bij verzekeraars).

Het regeerakkoord geeft geen inzicht voor welk van de twee opties gekozen gaat worden. Het kabinet vraagt om een voorstel van de SER (Sociaal-Economische Raad). Daarnaast wijzen ze erop dat ‘het arbeidsvoorwaardelijk opbouwen van pensioen een verantwoordelijkheid van de sociale partner blijft’ en dat de overheid de daarbij de kaders vaststelt.

Risicodeling

Pensioen blijft een levenslange uitkering. Een individuele deelnemer mag niet het risico lopen dat er geen geld meer voor hem is als hij langer leeft dan verwacht. Er wordt daarom gekeken naar een nieuw soort pensioencontract met een persoonlijk pensioenvermogen en een collectieve buffer. Deze buffer dient als bescherming tegen onvoorziene veranderingen in de levensverwachting en schokken op de financiële markten. De buffer dient de verschillen tussen generaties daardoor te beperken.

Tijdspad

Begin 2018 wil het kabinet een hoofdlijnenakkoord met de sociale partners over de invulling van het nieuwe stelsel. Aan de hand van deze hoofdlijnen zal wetgeving opgesteld worden om een en ander te kunnen bewerkstellingen. Het uitgangspunt wordt dat het wetgevingsproces begin 2020 is afgerond en dat daarna gestart kan worden met het implementatieproces.

 

BTW-verhoging

In de BTW is een verhoging van het tarief op komst. Het lage tarief van 6% zal worden verhoogd naar 9%. Dit tarief geldt onder andere voor levensmiddelen en zal dus iedereen direct in de portemonnee raken.

 

Afschaffen dividendbelasting

Het nieuwe kabinet is voornemens de dividendbelasting af te schaffen. Dat is vooral gunstig voor buitenlandse bedrijven. Door deze maatregel wordt het voor buitenlandse bedrijven gunstiger om zich in Nederland te vestigen. Per 2019 zouden de nieuwe regels van kracht moeten zijn. Voor Nederlandse bedrijven bespaart het afschaffen van de dividendbelasting vooral administratief een hoop lasten. Doordat de dividendbelasting een voorheffing is bij Nederlandse aandeelhouders, zal het qua belasting voor Nederlandse aandeelhouders geen verschil maken.

Compensatie

Naar verwachting kost het schrappen van deze maatregel 1,4 miljard. Ter compensatie kunnen bedrijven een belastingverhoging verwachten op een ander gebied. Er komt een bronheffing op royalty’s en rente. Hier krijgen bedrijven mee te maken wanneer zij royaty’s of rente betalen aan een ander bedrijf dat over de grens is gevestigd in een land waar zeer lage belastingtarieven gelden.

 

Vennootschapbelastingtarief

Het nieuwe kabinet is ook voornemens om het vennootschapsbelastingtarief te gaan verlagen de aankomende jaren. De verlaging gaat 4% bedragen, dat wil zeggen dat de lage schijf (tot € 200.000) op 16% uitkomt en de hoge schijf (vanaf € 200.000) op 21% in 2021. De eerdere voorgenomen verlenging van de lage schijf vervalt. Het lage tarief blijft naar verwachting de aankomende jaren € 200.000.
Per saldo levert dit een lastenverlichting op voor bedrijven maar ook hier zal (uiteraard) compensatie plaatsvinden door de financiering van bedrijven met vreemd vermogen minder aantrekkelijk te maken.

Jaar Lage tarief VPB Hoge tarief VPB
2017 20% 25%
2018 20% 25%
2019 19% 24%
2020 17,5% 22,5%
2021 16% 21%

 

Renteaftrekbeperking

Ter bevordering van het ondernemen met eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen, worden de renteaftrekbepalingen nader ingevuld. Betaalde rente is niet langer aftrekbaar indien het saldo van de verschuldigde en ontvangen rente meer bedraagt dan 30% van het brutobedrijfsresultaat en voor zover dit meer bedraagt dan € 1.000.000 (drempel). Let op, dit ziet op alle betaalde rente (dus zowel betaalde rente binnen het concern als betaalde rente aan externe partijen).

Winstdrainage

Tevens zullen enkele bestaande renteaftrekbepalingen worden afgeschaft maar de renteaftrekbeperking gericht tegen winstdrainage zal wel in stand blijven. Kort geschreven is winstsdrainage het dusdanig structureren van leningen (aangegaan voor bepaalde rechtshandelingen) dat de rente niet belast wordt bij de ontvanger maar wel in aftrek komt bij de rente betalende vennootschap.

 

Beperking verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Nu is een verlies in de VPB verrekenbaar met de winst van het voorafgaande jaar of de negen jaren daarna. De verliesverrekening naar de toekomst wordt beperkt tot zes jaar.

 

Innovatiebox

Het voordeel van de innovatiebox daalt. Nu betalen bedrijven minder vennootschapsbelasting over hun innovatiewinst, namelijk 5%. Dit percentage wordt verhoogd naar 7%.

 

Afschrijving van gebouwen in de vennootschapsbelasting

De afschrijving van gebouwen in de vennootschapsbelasting wordt beperkt tot 100% van de WOZ-waarde (was 50% van de WOZ-waarde).  

 

Beperking 30%-regeling

Er is een voordelige regeling voor in het buitenland aangeworven werknemers met een specifieke deskundigheid: de 30%-regeling. De looptijd van deze regeling wordt verkort van 8 naar 5 jaar.

 

Wet DBA

De wet DBA voorziet in modelcontracten om te beoordelen of iemand in loondienst is of zelfstandig. Het gaat dan vaak om ZZP’ers. Deze wet wordt afgeschaft en vervangen door een nieuwe wet. De nieuwe wet zal naar verwachting de volgende inhoud hebben.

Iemand met een laag tarief (nu geschat op 15 tot 18 euro per uur) zal altijd in loondienst (dus niet zelfstandig) zijn als:

  • hij langer dan 3 maanden voor dezelfde opdrachtgever werkt en/of;
  • hij werkzaamheden verricht die behoren tot de normale bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever.

Iemand met een hoog tarief (nu geschat op meer dan ca. 75 euro per uur) mag ervoor kiezen om niet in loondienst te werken (dus als zelfstandige) als:

  • hij korter dan 1 jaar voor dezelfde opdrachtgever werkt en/of;
  • hij werkzaamheden verricht die niet behoren tot de normale bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever.

Opdrachtgeversverklaring

Voor opdrachtnemers met een tarief dat hoger ligt dan het lage tarief (van ca. 15 – 18 euro per uur) wordt een opdrachtgeversverklaring ingevoerd. Deze geeft opdrachtgevers vooraf duidelijkheid en zekerheid bij de inhuur van zelfstandige ondernemers. Opdrachtgevers krijgen deze verklaring door het invullen van een webmodule. Als deze module naar waarheid wordt ingevuld, krijgt de opdrachtgever zekerheid vooraf over het achterwege mogen laten van inhouding van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen (bijv. WW/WIA).

 

Een leven lang ontwikkelen en kunnen werken tot de AOW-gerechtigde leeftijd

Het is volgens het kabinet de verantwoordelijkheid van de werkgever dat de werknemers tot de AOW-leeftijd inzetbaar blijven. Veel werkenden doen nu weinig aan bijscholing, het kabinet heeft gezien dat dit in het bijzonder geldt voor lager opgeleiden en ouderen. Om die reden en om ervoor te zorgen dat iedereen zich na het afstuderen kan blijven ontwikkelen komt de fiscale aftrekpost voor scholingskosten te vervallen en komt er een individuele leerrekening voor alle Nederlanders die een startkwalificatie hebben gehaald. Verder moeten werkgevers de mogelijkheid krijgen om de kosten die zijn geïnvesteerd, in de inzetbaarheid van de werknemer binnen de organisatie, in mindering te brengen op de transitievergoeding.

 

Arbeidsrecht

Naast de bovengenoemde highlights uit het regeerakkoord zijn er op het gebied van arbeidsrecht nog wat belangrijke maatregelen voorgesteld. In de loop van deze week publiceren wij hier meer informatie over.