Het kabinet heeft bekend gemaakt dat de AOW-leeftijd ook in 2031 gelijk blijft aan de jaren ervoor. Deze leeftijd blijft 67 jaar en drie maanden. De overheid moet 5 jaar van tevoren vaststellen wat de AOW-leeftijd wordt. Dat gebeurt op basis van cijfers van het CBS over de levensverwachting. Als de AOW-leeftijd eenmaal is bepaald, kan deze niet meer worden veranderd én daar is de kink in de kabel!
De AOW leeftijd
Voor 2026 blijft de AOW-leeftijd gelijk aan 2025, namelijk 67 jaar. In 2028 gaat deze iets omhoog, om daarna dus weer voor een aantal jaren gelijk te blijven. Zie ook onderstaande tabel:
| Jaar | Leeftijd |
| 2025 | 67 jaar |
| 2026 | 67 jaar |
| 2027 | 67 jaar |
| 2028 | 67 jaar en 3 maand |
| 2029 | 67 jaar en 3 maand |
| 2030 | 67 jaar en 3 maand |
| 2031 | 67 jaar en 3 maand |
Voor iedereen die is geboren vóór 1 oktober 1964 staat de AOW-leeftijd nu dus definitief vast. Ook de leeftijd waarop de opbouw van AOW begint, blijft met 17 jaar en 3 maanden ongewijzigd. Deze is afhankelijk van de levensverwachting op 65-jarige leeftijd.
Pensioen(richt)leeftijd 68 jaar
In 2026 (en 2027) blijft de pensioenrichtleeftijd ongewijzigd op 68 jaar. Sinds de inwerkingtreding per 1 juli 2023 van de Wet toekomst pensioenen komt de fiscale pensioenrichtleeftijd als zodanig niet meer terug in het fiscale kader. De fiscale pensioenrichtleeftijd blijft nog wel van belang voor het overgangsrecht. Daarnaast valt natuurlijk op dat de AOW-leeftijd en pensioen(richt)leeftijd niet gelijk aan elkaar zijn.
Hoe komt dat eigenlijk?
We hebben in Nederland drie verschillende pensioenpotjes: dat van de overheid (AOW), dat van werkgevers (ondergebracht bij pensioenfondsen of verzekeraars) en eventueel het potje dat je zelf hebt gespaard.
Als de levensverwachting toeneemt, stijgt automatisch de AOW- en pensioen(richt)leeftijd. Voor de AOW-leeftijd gaat dat in stappen van 3 maanden. En de pensioen(richt)leeftijd stijgt in hele jaren. Dat hebben ze gedaan om ervoor te zorgen dat de pensioenuitvoerders niet elke keer met 3 maanden hoeven op te hogen, maar in één keer met 1 jaar. Hierdoor zijn de AOW- en pensioen(richt)leeftijd dus niet meer gelijk aan elkaar.
De meeste medewerkers stoppen (uiterlijk) op de AOW-leeftijd met werken. Dat is ook een logisch moment, want in veel gevallen eindigt dan de arbeidsovereenkomst.
Daarom is het belangrijk dat medewerkers op tijd nadenken over het moment van pensioneren!
Enerzijds vanwege het feit dat het pensioen pas gaat uitkeren vanaf 68 jaar en dat het vervroegen daarvan consequenties heeft voor de hoogte van het pensioen. En anderzijds omdat een vervroegd pensioen tijdig moet worden geregeld. Pensioenuitvoerders zullen veelal pas 6 maanden voor de pensioenleeftijd de medewerker gaan informeren, en dat is dus vaak pas na het bereiken van de AOW-leeftijd. Wil de medewerker zijn pensioen al vanaf de AOW-leeftijd gaan ontvangen, dan zal hij of zij zelf tijdig (minimaal 6 maanden van tevoren) actie moeten ondernemen. Het is dus goed om jouw medewerkers hierop te wijzen.
Bij pensionering en de keuzemogelijkheden komt veel kijken. Wat is er vanuit een inkomensbehoefte belangrijk om te regelen? En wat zijn de fiscale consequenties?
Dit zijn onderwerpen waarmee wij jouw medewerker kunnen helpen. Laat ons dus gerust weten als er een pensionado aanstaande is! Neem contact op met Mark Hilarius van de Pensioenafdeling van JAN© via MarkHilarius@JAN.nl of 088-2202330.